|
ANGST
VOOR DRUGS - BEGRIJPELIJK MAAR OVERTROKKEN
Freek Polak
(Deze
tekst werd uitgesproken op het symposium "Angst voor drugs"
op 28.11.2003 in Utrecht, georganiseerd door Landelijk Actiecomite
tegen Drugsoverlast en Stichting Drugsbeleid.)
In
dit verhaal over angst voor drugs zal ik me vooral richten op de
psychologische achtergronden. Mijn stelling is dat deze angsten
een reële kern hebben, maar dermate zijn opgeblazen en politiek
gemanipuleerd, dat het vrijwel onmogelijk is geworden om reëel
en nuchter over het drugsbeleid te praten. Daarom is het belangrijk
deze angsten tot reële proporties terug te brengen.
De
grootste en wijdstverspreide angst is dat legalisering ertoe zal
leiden dat gebruik, misbruik en afhankelijkheid (verslaving) uit
de hand zullen lopen. Hierachter zit vooral onwetendheid. Veel mensen
weten niet dat alles wat onder "het drugsprobleem" wordt
gerangschikt, pas echt erg is geworden nadat men is begonnen het
drugsgebruik te "bestrijden". Men is zó vertrouwd
met het beeld van zwervende, stelende en spuitende junks, dat men
zich niet kan voorstellen dat het grootste deel van deze problemen
er zonder de zogenaamde drugsbestrijding helemaal niet zou zijn.
Volgens
de leer van het prohibitionisme zouden er minder problemen moeten
zijn bij hardere repressie - maar dat is niet wat er sinds de wereldwijde
invoering van de prohibitie is gebeurd. Strikt genomen is het niet
mogelijk te bewijzen dat er minder problemen zijn rond drugsgebruik
na legalisering, omdat dat nergens bestaat. Maar wanneer we Nederland
vergelijken met andere Europese landen, blijkt niet dat er bij een
repressiever drugsbeleid minder problemen zijn rond drugsgebruik.
Dat
de angst voor drugs zó sterk is geworden, en niet meer overeenkomt
met de reële risico's en gevaren, komt doordat men via de media
voortdurend met excessen wordt geconfronteerd. Matig en beheerst
gebruik krijgen we vrijwel nooit te zien. Deze opmerking is niet
bedoeld om de media de schuld te geven, want vanuit de dynamiek
van de media is dit onvermijdelijk. Maar het is ook waar dat dit
de publieke opinie misvormt. Wanneer we het drugsbeleid verder willen
ontwikkelen, dan moet op zijn minst worden onderscheiden tussen
reële en irreële angsten voor drugs, en dat is door de
prohibitie niet goed mogelijk.
Stel
dat u nooit anders heeft gehoord dan dat alcoholgebruik onvermijdelijk
leidt tot het syndroom van Korsakov of een delirium tremens, en
u zou niet weten dat er veel meer mensen zijn die op aangename,
sociale wijze alcohol gebruiken, zonder gezondheidsklachten. Het
beeld dat u dan zou hebben van alcohol is vergelijkbaar met wat
veel mensen nu van de verboden drugs weten.
In
verschillende landen, óók in de VS, worden regelmatig
bevolkingsonderzoeken gedaan naar het gebruik van legale en illegale
roesmiddelen. Uit dergelijk onderzoek blijkt altijd weer dat de
meeste mensen die hard drugs gebruiken, daar vanzelf weer mee stoppen,
of erin slagen hun gebruik te matigen. Maar dit beeld van illegaal
drugsgebruik is weinig bekend, en prohibitionisten kunnen hun angstaanjagende
verhalen ongestraft blijven herhalen. Dit is éen van de redenen
waarom de angst voor de "verslavende kracht" van de verboden
roesmiddelen bij sommige mensen zo groot is, dat zij niet kunnen
geloven dat het na legalisering beter kan worden. ('Beter' betekent
dan dat de problemen rond drugsgebruik geringer en beter beheersbaar
zullen worden, terwijl de criminaliteit zal afnemen.)
Enkele
jaren geleden werden bij een nieuwe uitgave van een CD van de Beatles
niet alleen in Engeland maar ook in Nederland teksten over hun drugsgebruik
verwijderd. Het was kennelijk niet de bedoeling dat het publiek
zou horen dat er mensen zijn die op een beheerste manier drugs gebruiken.
De wetenschap dat de meeste mensen in staat zijn om op een verstandige
manier met roesmiddelen om te gaan, blijft zodoende beperkt tot
specialisten. Wel worden de meeste mensen via de media onophoudelijk
geconfronteerd met de excessen van een minderheid van problematische
gebruikers, in de context van verloedering, overlast en criminaliteit.
Hier
staat tegenover dat veel mensen inmiddels wel begrepen hebben dat
het ook met een veel hardere inzet van politie en justitie niet
zal lukken verslaving en illegale drugshandel uit te roeien. Jammer
genoeg realiseren minder mensen zich dat de illegale handel en het
gebruik hun huidige omvang pas gekregen hebben tijdens en in belangrijke
mate door de "drugsbestrijding".
De
zogenaamde drugsbestrijding is in feite een gevaarlijke vorm van
drugspromotie.
De
schade aan individuele gebruikers, aan verslaafden en aan de samenleving
als geheel zou nooit zo groot zijn geworden, wanneer men deze roesmiddelen
niet had verboden. Drugs worden niet gevaarlijker door legalisering,
wel is het gebruik riskanter geworden door het verbod.
Er
is op dit gebied veel magisch denken, bijgeloof en onwetendheid.
De realiteit is echter dat het meer liberale beleid van Nederland
in de afgelopen 25 jaar niet tot ernstiger problemen heeft geleid
dan in landen waar de prohibitie in volle kracht wordt doorgevoerd.
Het percentage probleemgebruikers van hard drugs is in Nederland
lager dan in Frankrijk, Engeland en de VS. Ook in ons land bestaan
kwetsbare groepen en achterstandswijken, maar ook daar is de toestand
in Nederland niet slechter dan in landen met hardere repressie.
De
belangrijkste conclusie van ruim vijfentwintig jaar relatief liberaal
Nederlands drugsbeleid is: Minder repressie is beter voor de volksgezondheid
dan meer repressie. Maar wat betekent 'beter voor de volksgezondheid'?
Dat is in deze context eenvoudig weer te geven met vier criteria:
1. aantal verslaafden (prevalentie)
2. aantal nieuwe verslaafden (incidentie)
3. gezondheidstoestand van de problematische gebruikers
4. aantal drugsdoden
Op al deze punten is de toestand in Nederland ongeveer zoals het
gemiddelde van de EU, of lager. Dit toont dit de zinloosheid van
hardere repressie al aan.
DE
ANGST TERUGBRENGEN TOT REËLE PROPORTIES
We moeten proberen de angsten van buurtbewoners, ouders, opvoeders
en politici terug te brengen tot reële proporties. Wie van
drugs een beeld heeft als van de draak uit het sprookje - voor iedere
kop die je afhakt, komen er twee of meer nieuwe in de plaats - die
moet wel doorvechten. Het idee dat je het zelf erger maakt, komt
dan niet bij je op.
Wanneer
je gelooft dat "bestrijden" ook echt bestrijden is, dan
moet iets dat zó hard "bestreden" wordt als drugsgebruik
en illegale drugshandel - en dat zelfs in een complete oorlog niet
verslagen kan worden - wel verschrikkelijk machtig en gevaarlijk
zijn.
Het
eerste dat nodig is, is daarom het inzicht dat alle problemen rond
drugsgebruik door de prohibitie niet minder zijn geworden, maar
erger. Pas wanneer je weet dat wat voor bestrijding moet doorgaan,
de toestand juist erger heeft gemaakt, kan de angst voor legalisering
worden losgelaten. Het aantal gebruikers kan wel enigszins toenemen,
maar voor kinderen zal het moeilijker zijn om aan de legale roesmiddelen
te komen, dan in de huidige situatie aan de verboden drugs. De levensomstandigheden
van individuele probleemgebruikers zullen zoveel verbeteren, dat
zij een normaal leven kunnen leiden.
Wanneer
op rationele en wetenschappelijke wijze een afweging wordt gemaakt
van de gevolgen van de verschillende opties voor het drugsbeleid,
dan kan daaruit volgens mij maar één conclusie komen:
De gezondheidsrisico's van drugsgebruik pleiten tegen een verbod.
Legalisering is nodig om een veilige drugsmarkt wettelijk te reguleren,
met kwaliteitsgaranties, betrouwbare etikettering en, net als bij
alcohol, een systeem van vergunningen.
Freek
Polak, Amsterdam
fpolak@knmg.nl
De
auteur is psychiater (sinds 1973) en bestuurslid van de Stichting
Drugsbeleid. Hij was verbonden aan RIAGG-Zaanstreek/Waterland en
aan de drugsafdeling van de GGGD Amsterdam (1990 - 2003) en is half-time
werkzaam in een zelfstandige praktijk.
|