|
WAT
IS HET VERBAND TUSSEN GEBRUIK VAN CANNABIS EN CHRONISCHE PSYCHOSE
(SCHIZOFRENIE)?
Discussiebijdrage van Freek Polak
5 mei 2004
Vanwege
de aanhoudende beweringen in de media dat een causaal verband tussen
cannabisgebruik en schizofrenie nu echt bewezen zou zijn, wil ik,
als psychiater, als gebruiker van cannabis, als voorstander van
legalisering van alle verboden roesmiddelen en, last but not least,
als vader van twee kinderen in de gevoelige leeftijd, mijn standpunt
verduidelijken.
In
deze actuele kwestie gaat het er niet om OF er verband is tussen
cannabis en schizofrenie. Dat een statistisch verband is aangetoond
wordt nu wel algemeen aangenomen. Een statistische relatie kan echter
op verschillende manieren ontstaan. Er is onenigheid over de causaliteitsvraag:
kan langdurig cannabisgebruik tot het ontstaan van schizofrenie
(of als we de terugkerende discussie over het begrip schizofrenie
willen vermijden: tot het ontstaan van chronische psychotische toestanden)
leiden, bij mensen bij wie dat zonder gebruik van cannabis niet
zou zijn gebeurd - of lijkt dat maar zo, bijvoorbeeld door andere
oorzaken of omstandigheden, die zowel voor schizofrenen als voor
cannabisgebruikers gelden.
In
een debat op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie,
begin april 04 in Maastricht, bleven twee vooraanstaande specialisten
op het gebied van de psychiatrische epidemiologie, de hoogleraren
Van den Brink en Van Os over deze kwestie van mening verschillen.
Van Os (Univ. v. Maastricht) is ervan overtuigd dat er een causale
relatie is. Volgens Van den Brink (Univ. v. Amsterdam) kunnen de
onderzoeksresultaten niet als bewijs van een causale relatie dienen.
Ik
zal nu beschrijven hoe ik het zie en ik volg daarin grotendeels
dezelfde redenering als Van den Brink.
Een nieuw gegeven is dat ten minste vier grote prospectieve onderzoeken,
bij grote aantallen mensen die jarenlang gevolgd zijn, aanwijzingen
geven dat de relatie tussen cannabisgebruik en schizofrenie causaal
kan zijn. De kans om schizofreen te worden is klein, maar volgens
de onderzoekers is die kans groter bij de groep jongeren die blowt.
Bij langdurig en zwaar gebruik wordt die kans 2 maal zo groot -
maar ook dan is de kans nog altijd klein.
In
een artikel met de titel "Cannabisgebruik waarschijnlijk oorzakelijke
factor bij het ontstaan van latere schizofrenie" in het Nederlands
Tijdschrift voor Geneeskunst (2003; 147(44); 2178-83) maken Filip
Smit en anderen een aantal opmerkingen die belangrijk zijn voor
het juiste begrip. Zij zeggen expliciet dat een hard bewijs van
een causale relatie nooit door dit soort onderzoek kan worden geleverd.
Dat was destijds ook het probleem bij het aantonen van de causale
relatie tussen sigaretten roken en longkanker. Dat heeft tientallen
jaren geduurd. (Impliciet hierbij is de verzuchting: moeten we bij
cannabis ook zoveel jaren wachten, voordat we het hardop mogen zeggen?)
Bij sigaretten en longkanker ging het overigens, na correctie voor
confounders, wel om een OR (Odds Ratio, een maat voor de grootte
van de kans) van 10, tegen 2 in de onderzoeken over cannabis, zoals
Van den Brink tijdens het congres opmerkte.
Volgens
Smit e.a., die erkennen dat een hard bewijs van causaliteit met
dit soort onderzoek onmogelijk is, wijzen veel aanwijzingen in dezelfde
richting, terwijl de theorieën die het verband op een andere
dan causale manier verklaren, ontoereikend lijken, of onjuist zijn
gebleken, zoals de theorie dat alleen mensen die al bezig waren
schizofreen te worden of die er aanleg voor hebben, het door cannabis
sneller krijgen, en ook de zelfmedicatie-theorie. (Dit betekent
niet dat cannabis nooit als zelfmedicatie wordt gebruikt - dat gebeurt
op grote schaal, bijvoorbeeld om gemakkelijker in te slapen, bij
sociale angst of voor ontspanning - maar dat bij zelfmedicatie niet
meer schizofrenie voorkomt.)
De belangrijkste concurrerende theorie die de aangetoonde relatie
tussen cannabis en schizofrenie kan verklaren is de "confounding"
hypothese. Deze houdt in dat beide fenomenen (cannabisgebruik en
chronische psychose) veroorzaakt worden door gemeenschappelijke
achterliggende omstandigheden of oorzaken (de confounders), en dat
de relatie tussen beide dus een schijnbare is. In de door Smit e.a.
beschreven onderzoeken is voor een aantal confounders gecorrigeerd.
Hierdoor wordt het verband inderdaad 20 - 30% kleiner (waarbij in
sommige gevallen kritiek bestaat op de metingen en berekeningen),
maar er blijft een significante relatie bestaan.
Het
punt is nu, volgens Van den Brink, dat we niet alle relevante confounders
kennen, en dat we dus niet kunnen vaststellen hoeveel van het verband
er na correctie overblijft. Het is goed mogelijk dat er nog onbekende
confounders zijn, of confounders waaraan niemand heeft gedacht om
ze bij dergelijk onderzoek te betrekken.
Smit
e.a. hebben er nog iets belangrijks bij gezegd: "Als het verband
tussen cannabis en schizofrenie causaal zou zijn, dan zou op basis
van de toename van cannabisgebruik in de populatie een toename van
de incidentie (= het aantal nieuwe gevallen per jaar, FP) van schizofrenie
gezien moeten worden."
En wat is het geval? De meeste studies laten een constante of licht
dalende incidentie zien.
Dit aspect is in de discussie nog te weinig betrokken. Wanneer een
middel dat zoveel gebruikt wordt als cannabis een causale relatie
heeft met schizofrenie, dan zouden we dat in de landelijke cijfers
moeten terugzien. Te meer omdat nieuwe gevallen van schizofrenie
vroeger nog wel eens "onontdekt" bleven, terwijl dat tegenwoordig
vrijwel ondenkbaar is.
Er
is nog een belangrijk aspect dat te weinig wordt besproken: de bias
(vertekening, vooroordeel) die bij de uitvoering en de publicatie
van dergelijk onderzoek optreedt. Het is bijvoorbeeld gemakkelijker
geld te krijgen voor onderzoek dat erop gericht is de schadelijkheid
van cannabis aan te tonen, dan voor onderzoek naar gunstige effecten.
Bovendien wordt onderzoek dat géén relatie laat zien
tussen cannabis en schadelijke effecten minder gemakkelijk gepubliceerd
dan onderzoek dat zo een effect wel heeft vastgesteld. Dit is overigens
een algemeen verschijnsel, dat net zo goed optreedt bij onderzoek
in bijvoorbeeld de chirurgie. Tijdschriften nemen liever stukken
op (en onderzoekers publiceren liever onderzoeken) die een bepaald
effect aantonen dan die dat niet doen. Dit betekent dat een noodzakelijke
herhaling van research minder vaak tot publicatie leidt wanneer
het effect niet wordt bevestigd.
Naar
mijn mening moeten we dus niet eenvoudigweg blijven zeggen dat die
causale relatie niet bestaat, of niet is aangetoond, al is dat op
zich strikt genomen juist. We moeten kunnen uitleggen waarom we
bedenkingen houden bij waarschuwingen voor risico op schizofrenie
in informatiecampagnes over cannabis. De belangrijkste argumenten
waarop we ons dan kunnen beroepen zijn de constante incidentie van
schizofrenie, en de bias bij onderzoek en publicatie.
Dat
het Trimbos-instituut in de huidige situatie tot een nieuwe informatiecampagne
is overgegaan, valt wel te billijken, maar de waarschuwing zouden
speciaal gericht moeten worden aan mensen die ooit nare ervaringen
hebben gehad met cannabis en aan mensen met verslaving of psychosen
in de familie. Bovendien zou vermeld moeten worden dat de incidentie
niet is toegenomen, een geruststellend gegeven.
Maar
als het nou toch waar zou zijn dat cannabis schizofrenie kan veroorzaken,
zou dat dan een reden zijn om dit roesmiddel te verbieden? Hier
komen we op de kwestie van de "onaanvaardbare risico's voor
de volksgezondheid". Hierover in het kort het volgende: de
gezondheidsrisico's die altijd worden aangevoerd als belangrijkste
reden voor een verbod, zijn welbeschouwd veel meer een reden om
een wettelijke regeling in te voeren, dan om de zaak te verbieden
en de handel daarmee over te geven aan de criminaliteit.
Ten eerste worden de gezondheidsrisico's van roesmiddelen door een
verbod groter in plaats van kleiner. De globale HIV/AIDS-epidemie
is hiervan het ernstigste voorbeeld. Zonder de drugsprohibitie zou
die nooit zo erg zijn geworden. Maar ook bij cannabis vergroot het
verbod de gezondheidsrisico's, omdat de half-legale status tot onzekerheid
leidt over onder meer het THC-gehalte en over de vraag of insecticiden
zijn gebruikt, en omdat sociaal geaccepteerde normen over (on)verstandig
gebruik door de bestrijding moeilijker kunnen ontstaan.
De tweede reden waarom de gezondheidsrisico's niet voor een verbod
pleiten maar juist voor wettelijke regulering is dat de omvang van
gebruik en misbruik van (legale en illegale) roesmiddelen niet of
nauwelijks bepaald wordt door verbod of regulering, maar door mode
en cultuur.
(Voor meer uitgebreide weergave van deze redering verwijs ik naar
eerdere teksten en publicaties van de Stichting Drugsbeleid)
SAMENVATTEND:
Op basis van de huidige kennis ben ik van mening dat een causale
relatie tussen schizofrenie en cannabis, waarvan nu gesproken wordt,
niet is aangetoond.
- Er bestaat een statische relatie, maar het is niet onwaarschijnlijk
dat er confounders zijn, waarvoor niet is (of kan worden) gecorrigeerd.
- De toename van de incidentie van schizofrenie, die bij een causale
relatie moet worden verwacht, is niet opgetreden.
- Bovendien bestaat er bias bij onderzoek en publicatie over deze
kwestie, ten gunste van de opvatting dat cannabis "schadelijker
is dan gedacht wordt".
- Toch is het niet ondenkbaar dat een causale relatie wel bestaat.
Bij sterke aanwijzingen voor zo een relatie, en daarvan is nu sprake,
moet daar serieus op worden gereageerd. Het gaat immers om een ernstige
aandoening, waarvan de behandeling slechts beperkte resultaten oplevert.
Dit houdt in dat deze verdenking in de voorlichting moet worden
opgenomen - maar wel in de juiste proportie en met de nodige voorzichtigheid.
- Omdat de discussie over legalisering of juist verhevigde pogingen
tot verbod altijd weer opduikt, moet ook het volgende hierbij worden
vermeld: wanneer de verhoogde risico's van cannabisgebruik voor
de gezondheid, die nu door sommigen worden bewezen geacht, werkelijk
bestaan, zou de noodzaak van legalisering van cannabis nog groter
worden.
Freek
Polak
5-5-2004
|